Hendrika van Gelder

Herinneringen aan tante Riek

De achternichtjes Roelien, Mary en Yoke, vlak na de oorlog.

‘We hebben allemaal voor haar geposeerd’

‘Wij hadden een heel leuke tante – eigenlijk een tante van Pap – Hendrika van Gelder, waarmee wij kinderen elke dag telefoneerden. Ze schilderde stillevens, landschappen, interieurs en portretten: zij heeft ons ook geportretteerd – die zijn allemaal gepulst. Ze woonde in de Zomerdijkstraat op de derde etage, pal tegenover de Kribbestraat, haar atelier stond vol schilderijen, veel nog niet gesigneerd. Ze kwam iedere week bij ons eten, en wij waren gek op haar.’ 

Rolien van Gelder werd geboren in 1935, als tweede kind van Abraham, de oudste zoon van Hendrika’s broer David. Rolien was acht jaar toen ’tante Riek’ uit haar leven verdween. Naar aanleiding van een oproep in Het Parool beschreef zij haar jeugd in de Rivierenbuurt, waar ook haar tante Riek woonde. Het citaat hierboven komt uit die jeugdherinneringen.*

 

 

 

 

 

De enige bekende foto van Hendrika van Gelder als volwassen vrouw is een groepsfoto genomen bij een familiereünie in 1935. Rolien van Gelder bevestigde het door uit te roepen: ‘Dit is tante Riek!’

 

Een zonnige kamer, met een balkonnetje

Ik sprak Rolien in oktober 2021. Ze wist zich nog veel te herinneren van haar lievelingstante en kwam graag in de Zomerdijkstraat. “Tante Riek had een leuke zonnige kamer, met een balkonnetje. Dan wilde ze het hekje schoonmaken en liep ze steeds met een doekje naar de kraan heen en weer. Het kwam niet in haar hoofd op dat ze water in een emmer of een bakje kon doen. Van huishouden had ze geen kaas gegeten.”

Stadsgezicht, Amsterdam-Zuid.

“Ze was een schat, echt heel erg lief, dus ik vond het fijn om haar daarmee te helpen. Tante Riek kon ook niet koken, mijn moeder wel. Daarom kwam ze vaak eten, in ieder geval op sjabbat. Moeder kon heerlijk koken en dan zat ze te smullen!”

De vader van Yoke, Rolien en Mary was de lievelingsneef van ‘tante Riek.’ Abraham was bijzonder handig en kon ook goed fotograferen. Elke zondagochtend ging hij wandelen met zijn kinderen en maakte foto’s van pittoreske plekjes in Amsterdam, mooie huisjes en geveltjes.

Rolien: “Dat schilderde tante Riek na, maar ze ging ook zelf wel buiten schilderen, met een stoeltje in een park of plantsoen. Bijvoorbeeld aan het eind van de Amstelkade, daar zat ze vaak.”

Een schoteltje met lekkers

‘Wij hebben allemaal voor haar geposeerd. Ik was misschien een jaar of zes, zeven, ik had een blauw fluwelen jurkje aan met een wit kanten kraagje. Vanuit haar kamer moest je een trapje af en kwam je in haar atelier. Bij dat trapje zette ze een schoteltje met lekkers neer, toastjes, radijsjes, wat kinderen lekker vinden. Als je drie kwartier geposeerd had, mocht je dat opeten.’

Het atelier stond vol met schilderijen. Rolien herinnert zich een heel groot schilderij, dat op de grond stond: een kaartend gezelschap van vier mensen, iemand met een dienblad die ernaast stond. Een van de kaartspeelsters was op de rug afgebeeld. ‘Dat ben ik zelf,’ zei tante Riek altijd.”

Hendrika van Gelder nam vaker kaartspelers als onderwerp. Dit verloren schilderij meegerekend, moeten er meerdere versies zijn geweest, maar niet een is bewaard gebleven.

Wellicht hield tante Riek zelf van kaartspelen, zij kwam immers uit een groot gezin. Ze kon ook goed schaken; in het complex van de Zomerdijkstraat schaakte zij dikwijls met meneer De Boer, een beeldhouwer, aldus Rolien. In de schaakrubriek van het Algemeen Handelsblad wordt ‘Hendrika van Gelder’ genoemd bij de inzendingen met de goede oplossing bij een schaakprobleem.**

Verdwenen kinderportretten

Abraham en zijn gezin woonden in de Hoendiepstraat. Ook twee nichtjes, kinderen van haar zus Estella, woonden in de Rivierenbuurt met hun gezinnen. Allemaal hadden ze werk van hun tante Riek in huis. Rolien herinnert zich een paar bloemstillevens, een groot stilleven met een mooie groene achtergrond, een citroenpers, druiven en een karaf; en onze kinderportretten. ‘Maar al die werken zijn verdwenen in de oorlog. Sommige dingen die we in bewaring hebben gegeven, hebben we later wel weer teruggekregen.’

Volgens Rolien had tante Riek eerst geen erg in het kwaad dat haar wachtte. Ze bereidde zich voor op deportatie door een lakenzak te naaien voor in een slaapzak, met de hand, met heel kleine steekjes. Ook had ze een bosje penselen en tekenspullen klaarliggen om mee te nemen.

Eind 1942 werd het gezin van Abraham gedwongen te verhuizen naar de Majubastraat. In maart 1943 werd hun geliefde oma (van moeders kant) opgepakt en gedeporteerd. Abraham, Roza en hun drie kinderen zijn ondergedoken. Voordat ze gingen heeft Abraham alle foto’s en documenten verbrand in een grote teil, zodat er geen spoor achterbleef.

*R. van Gelder, Kooltjes Rapen, in: Nieuw-Zuid, Bibliotheek van Amsterdamse Herinneringen, dl. 2 (Amsterdam 2002) p. 29-33

**Algemeen Handelsblad 18-10-1930 – Schaakrubriek: Hendrika van Gelder is een van de inzenders van de juiste oplossing
Algemeen Handelsblad 25-04-1931 – Schaakrubriek: idem