Hendrika van Gelder

Catalogue Raisonné

‘Symbolen van het Joodsche Geloof’ uit 1942 is het laatste werk dat we kennen van Hendrika van Gelder. Zij maakte dit stilleven voor een verkooptentoonstelling in de Hollandsche Schouwburg die werd georganiseerd tot steun van kunstenaars die door anti-joodse maatregelen waren uitgesloten van het kunstbedrijf. Dit schilderij (cat.9) ‘overleefde’ de oorlog net als de eerste werken in deze catalogus: de portretten van haar achternicht Jo Simons- Van Hamersveld en haar dochtertje Eka uit 1914.

 


1
Jo Simons-Van Hamersveld
portret, pastel, 58 x 42
gesigneerd, ca. 1914
privécollectie

Johanna Theodora Geertruida van Hamersveld (1884-1956) trouwde in 1909 met Philip Simons (1868-1940), een neef van Hendrika’s moeder Reina. Philip had een kantoorboekhandel in de Kalverstraat, later in de PC Hoofdstraat, waar het gezin ook woonde. In 1911 werd hun oudste dochter Erika Grace Line (Eka) geboren. Philip had veel belangstelling voor beeldende kunst en vormgeving. In 1915 stichtte hij samen met de architect Theo Wijdeveld een fabriekje voor verantwoord speelgoed en kindermeubels (Olanda) die werden ontworpen door vooraanstaande Nederlandse kunstenaars en ontwerpers. Trots op zijn knappe jonge vrouw en schattige dochtertje liet hij talloze fotoportretten van Jo en Eka maken. In 1913/14 gaf hij zijn achternicht Hendrika van Gelder opdracht tot het maken van drie portretten van de toen negentwintigjarige Jo en de driejarige Eka. Deze portretten zijn altijd in de familie gebleven.

 


Jo en Eka, ca.1913

 


Jo, Philip en Eka, rond 1912

 


2
Eka Simons, drie jaar
portret, pastel, 23 x 20
gesigneerd, gedateerd 1914
privécollectie

 


3
Eka Simons
portret, olie op doek, 30,5 x 41
gesigneerd
privécollectie

 


4
Reintje van Gelder- Simons
portret, olie op paneel, 23,5 x 33
opschrift ‘Portretje van mijn moeder’
gesigneerd
privécollectie Amerika

Reina of Reintje Van Gelder – Simons (1840-1933), Hendrika’s moeder werd geboren in Den Haag als dochter van Levy (Louis) Davids Simons (cat.6) en Sara Sarluis. Ze trouwde in 1859 met Bram van Gelder (1837-1909), handelaar in zilver en goud. Zij kregen twaalf kinderen die allen de volwassen leeftijd bereikten. Drie van haar zoons emigreerden naar Amerika. Een van hen kwam terug naar Nederland voor een bezoek en nam toen een aantal schilderijen van zijn zuster Hendrika mee terug, waaronder dit portret van zijn moeder. Het bevindt zich nu in Californië, nog steeds in de familie. Op de achterkant staat in Hendrika’s handschrift: ‘Portretje van mijn moeder.’
Op een tentoonstelling van in 1917 van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken exposeerde Hendrika een portret getiteld ‘Mijn moeder’. Reina was toen 77. Het is niet zeker of het dit portret is geweest.

 


Opschrift op de achterkant van het portret.

 


Reina ca. 19 jaar en op 33-jarige leeftijd

 


5
Portret van een meisje,
tekening, zwart krijt, pastel, 11,2 x 7,3
gesigneerd
In Album Amicorum: ‘St. Lucas aan C.M. Garms’
Teylers Museum, Haarlem KT1442

Bijdrage aan een vriendenboek voor de schilder Coenraad Matthias Garms. Deze was van 1905 tot 1921 secretaris van Vereniging Sint Lucas. Mogelijk werd dit album hem aangeboden bij zijn afscheid. Het album bevindt zich in Teylers Museum te Haarlem. Hoe en wanneer het in het museum is terechtgekomen is niet bekend. Wie er op het portretje staat ook niet. De dochter van Garms was in 1921 al volwassen.

 


6
Louis Simons
portret, tekening, zwart krijt
gesigneerd, gedateerd 1898
privécollectie, Jeruzalem

Levy Davids (Louis) Simons (1817-1898), koopman en Parnas (joodse kerkvoogd), was Hendrika’s  grootvader van moeders kant. Hij trouwde in 1839 met Sara Sarluis (1815-1855). Zij kregen negen kinderen, van wie er slechts drie de volwassen leeftijd bereikten. Hun oudste dochter Reina was Hendrika’s moeder. Na de dood van Sara trouwde Louis met Carolina Duparc (1824-1890). Zij kregen drie kinderen, die allen volwassen werden. Louis Simons stierf op 81-jarige leeftijd in 1898, het jaar waarin Hendrika het portret maakte. Het kwam in bezit van een andere kleindochter van Louis, Caroline Duparc-Simons. Het is in de familie gebleven en bevindt zich nu in Jeruzalem.


Louis Simons

 


7
Clarence Hartogensis
portret, tekening, krijt op papier
met opschrift ‘Clarence Hartogensis voelt zich niet zo lekker.’
niet gesigneerd, gedateerd 20/7/1923
privécollectie

Clarence Hartogensis-Simons (1859-1943) was een halfzuster van Hendrika’s moeder Reintje (dochter van Louis Simons uit zijn tweede huwelijk met Carolina Duparc). Zij was regentes van een (joods) weeshuis. Deze tekening is niet gesigneerd, maar stijl en handschrift zijn van Hendrika.
Clarence Hartogensis was zeer bevriend met het echtpaar Simons-Van Raalte, bij wie Hendrika ook graag kwam. Misschien hebben ze elkaar daar ontmoet. De jurist David Simons was een achterneef van Hendrika – een oudere broer van Philip voor wie ze drie portretten maakte. Zij wilde ook hem graag schilderen, maar hij hield dat steeds af, zeggende: ‘Dat mag je doen als je het lelijke mooi kunt maken.’ Wel kocht hij een stilleven van haar, dat hij ‘Een echte Van Gelder’ noemde.

 


Foto: Clarence Hartogensis met baby Elly (Petronella Clarence) Duparc (1940)

 


8
Stilleven met oriëntaalse voorwerpen
Olie op doek, 76 x 58
Linksonder gesigneerd, gedateerd 1919
Verblijfplaats onbekend

Dit stilleven vertoont veel overeenkomst met ‘Symbolen van het Joodsche Geloof’ uit 1942 (cat.9): ca. tien objecten met eenzelfde thema (oriëntalisme, jodendom), gerangschikt tegen een achtergrond van draperieën. Het is gedateerd 1919,  dus 24 jaar eerder gemaakt dan het stilleven met joodse voorwerpen. Het werd in 2007 via de Amerikaanse veilingsite ‘Clars’ verkocht. De lijst lijkt erg op die om het portret van Jo Simons uit 1914 (cat.1).

 


9
Stilleven met Symbolen van het Joodse Geloof
olie op schilderkarton, 75,5 x 66
gesigneerd, gedateerd 1942
Joods Historisch Museum Amsterdam nr. 595NO88

Tafel met daarop gedrapeerd gebedskleed. Op de tafel staan allerlei joodse voorwerpen zoals een chanoekia, havdalakaars, estherrol, kiddoesjglas, karaf wijn, besamiembus, gebedenboek, etrog en schaal met matzes.

In 1942 organiseerde de Van Leerstichting een verkooptentoonstelling tot steun van joodse kunstenaars. Zij mochten vanwege hun afkomst geen lid meer zijn van kunstenaarsverenigingen en waren daarmee uitgesloten van het kunstbedrijf. De werken werden door de Van Leerstichting gekocht en waren bestemd voor Joodse instellingen.
Hendrika van Gelder leverde een stilleven ‘Symbolen van het Joodsche Geloof’. Dit werd door de Van Leerstichting aangekocht voor De Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge (Heinzestraat – Jacob Obrechtplein). Mogelijk maakte zij een tweede schilderij naar dit model, in opdracht van Isaac Busnach, de pachter van het Joods café in de Hollandsche Schouwburg. Dit schilderij is altijd in de familie gebleven, totdat het in 2003 werd verworven door Joods Historisch Museum.
Of er oorspronkelijk twee schilderijen waren met hetzelfde onderwerp, of dat het ingezonden schilderij werd doorverkocht aan Busnach en niet in de synagoge kwam te hangen, is niet bekend. Het reglement van de steunactie bepaalde dat als er een werk uit deze tentoonstelling werd verkocht, de kunstenaar verplicht was het te vervangen door een gelijkwaardig werk. In de notulen van de vergadering over deze steunactie staat dat Hendrika van Gelder toestemming vroeg om nog een schilderij te mogen maken naar dit model in verband met een opdracht. In dezelfde notulen wordt vermeld dat het stilleven bestemd was voor de ‘Israëlitische Hoofdsynagoge.’ (Arch.15)

 


10
Chrysanten
bloemstilleven
olieverf op karton, 56 x 37
gesigneerd
privécollectie

In de catalogus van de groepstentoonstelling van vereniging St. Lukas in 1911 staat als nr. 178 een bloemstilleven met chrysanten aangeboden (olie, 70 gulden). Gezien de losse krachtige stijl zijn deze chrysanten, hier afgebeeld in de oorspronkelijke lijst, waarschijnlijk van later datum. Chrysanten waren een geliefd onderwerp aan het begin van de  twintigste eeuw – ook Mondriaan schilderde ze graag.
Dit schilderij werd rechtstreeks van de kunstenares gekocht door het bevriende echtpaar Stemmerik. Zij woonden in Roelof Hartstraat. Twee ansichtkaarten uit Menton (1928) van Hendrika van Gelder aan dit echtpaar zijn bewaard gebleven. Uit de tekst blijkt dat zij goed bevriend waren en op de hoogte van elkaars familie omstandigheden (Arch.9,10). Of de kaarten uit hetzelfde jaar waren, is niet zeker. In ieder geval is van één het poststempel 1928.
Na het overlijden van Stemmerik ging het schilderij naar een neef van hem, A. Prakken. Het wisselde daarna nog een keer van eigenaar en werd in 2012 geveild. (Veilinghuis Spengen, cat. 740, Hilversum). De huidige eigenaar liet het opnieuw inlijsten.

 


11
Mand met strikken
Bloemstilleven
olie op hout, 18 x 13
gesigneerd, gedateerd ’40 (?)
privécollectie Nederland

Net als bij het bloemstilleven met chrysanten (cat.10) is deze mand met bloemen met zwier geschilderd, de bloemen dansen de mand uit. De zware houten lijst vertoont overeenkomsten met die om het bosgezicht.

 


12
Landschap
olie op paneel, 31 x 23
gesigneerd
privécollectie

Het enige bekende noordelijke landschap van Hendrika van Gelder. Misschien het Gooi, waar Hendrika met haar ouders vakantie hield in 1908. Er zijn verder twee reproducties van landschappen in Frankrijk en Italië bekend en er is één zuidelijk landschap in olieverf, dat zich in Amerika bevindt (cat.18).* Dit bosgezicht werd in 2018 aangeboden op internet door een Duitse kunsthandelaar. Volgens de tekst op de verkoopsite maken de stippeltjes op de lijst deel uit van het kunstwerk: ‘Die Pünktchen auf dem Rahmen sind kein Staub oder Schmutz, sondern Bestandteil der Farbe (künstlerische Fassung).’

 


13
Interieur
olie op hout 30.5 X 23.
Gesigneerd, gedateerd 1919
privécollectie Amerika

Hoewel Hendrika van Gelder op een vragenformulier vermeldde dat zij ook het genre ‘interieurs’ beoefende, is dit het enige werk met dit onderwerp dat we kennen. Het bevindt zich in Californië in de collectie van nakomelingen van Hendrika’s oudste broer Emanuel die in de jaren negentig van de negentiende eeuw naar Amerika emigreerde.
Een binnenhuisje met meisje in klederdracht was als ‘typisch Nederlands tafereel’ een geliefd genre in Amerika, hoewel de grote rage van (vooral) Larense binnenhuisjes in 1919 al voorbij was. De dracht van de jonge vrouw zou thuis kunnen horen in Laren: een bloedkralen ketting en ‘vierkanten’ muts met omgeslagen punten werden in Laren en de rest van het Gooi gedragen.

Misschien nam Emanuel het werk mee om het te verkopen voor zijn zuster? Heeft hij zelfs meerdere schilderijen voor haar verkocht? Het is speculatie. Wellicht deed het Nederlandse tafereel hem zelf genoegen in den vreemde.

 


14 *
vaas met anemonen

*
Bij dit schilderij (14) en de andere bloemstillevens en landschap (cat.15,16,17,18) die zich in dezelfde collectie bevinden als het Interieur (cat.13) en het portret van Hendrika’s moeder (cat.6), twijfel ik aan de authenticiteit. De schildertrant is grof en stijf vergeleken met Hendrika’s andere werk en ook de signatuur wijkt af: ‘H. van Gelder’ achter elkaar, in plaats van ‘Hendrika van Gelder’ verdeeld over drie regels. Hendrika van Gelder was een professioneel kunstenaar, zij schilderde veel bloemstillevens die goede prijzen haalden op verkooptentoonstellingen. Het is moeilijk te geloven dat dit werk van Hendrika kan zijn. Dat geldt ook voor het primitieve landschap in felle Kleuren (cat.18). Hendrika wist diepte in haar landschappen te brengen, maakte vernuftig gebruik van atmosferisch perspectief en was een begaafd colorist.
Aangezien de afbeeldingen die ik heb te onduidelijk zijn om verregaande conclusies te kunnen trekken, wordt nader onderzoek opgeschort tot na de Corona-crisis.

 

Reproducties


R 1
Hendrika van Gelder
Zelfportret
Pasteltekening
Gesigneerd
Reproductie uit ‘De Vrijdagavond’ 1925

Dit zelfportret bevond zich in Hendrika’s atelier toen de journalist Gompers daar op bezoek kwam in 1925. Hij noemt Hendrika een begaafd portrettiste en roemt de stofuitdrukking en het frisse, sprekende coloriet. Het origineel is onbekend, maar uit haar nog bestaande portretten kunnen we afleiden dat zij inderdaad een goede coloriste was en vooral in pastel opmerkelijke resultaten behaalde (cat.1). Zelfs op deze zwart-witfoto van bijna honderd jaar geleden blijft dit zelfportret een krachtige tekening van een markant gezicht met een mild humoristische gezichtsuitdrukking.

 


R 2
P. van Son
Portret
Olie op doek
Gesigneerd
Reproductie in ‘De Vrijdagavond’ 1925
Bijschrift: Bezit van I.van Esso

Philip van Son (1850-1935) was Hendrika’s zwager. Haar oudste zuster Sara (1862-1919) trouwde in 1884 met de twaalf jaar oudere inktfabrikant. Zijn portret bevond zich nog in het atelier in oktober 1925 toen Gompers bij Hendrika op bezoek was. Waarschijnlijk werd Van Son geportretteerd ter ere van zijn 75ste verjaardag op 19 december 1925.
Gompers bespreekt het in zijn artikel, vandaar dat we het in reproductie hebben, het origineel is verloren gegaan. Volgens Gompers is het goed van gelijkenis. En hij is zeer ingenomen met de ‘geestige kop’ en de prachtige weergave van de ogen, minder met de uitvoering van de linkerbenedenhoek. Het is moeilijk te zien op de reproductie. Dat het goed lijkt, kunnen we zien aan een foto uit dezelfde tijd.

Hetzelfde schilderij werd in 1930 nogmaals afgebeeld in De Vrijdagavond ter ere van de 80ste verjaardag van de oud-industrieel. Het schilderij is dan in bezit van de arts Izaak van Esso, de echtgenoot van Van Sons dochter Louise.

 


R 3
Bestje
Portret, materiaal en maten onbekend
Gesigneerd
Reproductie in De Wiekslag 1917
Orgaan van De Onafhankelijken

Portret van een onbekende oude vrouw, ‘Bestje.’ Afbeelding in De Wiekslag, maandblad van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken, mei 1918, eerste jaargang. In dit maandblad is ook de catalogus opgenomen van een verkooptentoonstelling waaraan Hendrika meedeed met drie werken: twee bloemstukken en een stilleven (voor 150, 100 en 125 gulden). Wie deze Bestje was, is onbekend. Misschien is het zomaar een ‘oude-vrouwenportret’ zoals Hendrika’s collega en leermeesteres Henriëtte Asscher veel maakte in tehuizen voor ‘oude lieden’.


Henriëtte Asscher –
Portret van een oude vrouw

 


R 4
‘Aan den Vijfhoek’
Kaartspelend gezelschap
olieverf op doek, maten onbekend
Opschrift rechterbovenhoek: ‘Schets Hendrika van Gelder’.
Reproductie uit ‘De Vrijdagavond’ 1925

Zonder twijfel is dit een groepsportret, alleen is niet bekend wie de kaartspelers zijn. Het lijkt een tafereel uit een sociëteit, misschien Arti. De ‘vijfhoek’ zou een vijfhoekige tafel kunnen zijn. Volgens het opschrift is het een  schets, of die ooit is uitgewerkt tot een volwaardig schilderij weten we niet. Het werk bevond zich nog in het atelier tijdens het bezoek van Gompers. Hij  prees de gezellige stemming die het tafereel uitstraalt. Lichaamstaal en gezichtsuitdrukking van de kaartspelers tonen betrokkenheid bij het spel, zonder onrust of ongenoegen. Gezellig, dus!

 


R 5
Gezicht op Nervi
Aquarel
Gesigneerd
Reproductie uit ‘De Vrijdagavond’1925

Ook dit gezicht op Nervi danken we aan het artikel van Gompers in ‘De Vrijdagavond’. Op reis werkte Hendrika waarschijnlijk alleen in aquarel, pastel of kleurpotlood. Deze aquarel is een goed voorbeeld van Hendrika’s kundigheid als landschapsschilder, aldus Gompers. Hij roemt het wegvloeiende perspectief en de afwisseling van lichte en donkere partijen: warm en zonnig de huizen op de voorgrond, donker en koel de bospartijen daarachter, de verte weer licht en zonnig.
Nervi is een badplaats, voorheen vissersdorp, aan de Italiaanse Riviera iets ten zuiden van Genua. Eveneens in 1925 exposeerde Hendrika tekeningen van Menton aan de Franse kust, zowel bij de vereniging Sint Lucas in het Stedelijk Museum, als in Arti. Het is niet onwaarschijnlijk dat Hendrika in de eerste helft van de jaren twintig een kunstreis maakte langs de Riviera, waarbij zij zowel Italië als Franrijk aandeed. Gompers kende de tekeningen van Menton: hij prijst er een aan als ‘een fijn, sensitief tekeningetje’. Hendrika gebruikte hiervoor kleurpotloden in plaats van pastel, waarmee ze een ‘zeer eigenaardig effect’ wist te creëren.

 


R 6
Kustgezicht
aquarel
gesigneerd
Reproductie RKD

Vooralsnog is geen nadere informatie bekend over ’Kustgezicht’. Ook is niet duidelijk waarin deze foto van het aquarel werd gepubliceerd. Het is een gezicht op Menton, datum onbekend. Hendrika van Gelder is verschillende keren in Menton geweest. In ieder geval eenmaal vóór 1925, aangezien Gompers in zijn artikel uit dat jaar haar werk uit Menton noemt. Ze was er ook in 1928, in dat jaar stuurde ze een ansichtkaart aan vrienden (Arch.9,10) die het bloemstilleven ‘Chrysanten met eikenblad’ (cat.10) van haar in bezit hadden.