Hendrika van Gelder

Catalogue Raisonné

Symbolen van het Joodsche Geloof, uit 1942, is het laatste werk dat we kennen van Hendrika van Gelder. In deze catalogue raisonné vindt u een becommentarieerde inventaris van haar oeuvre. Bovenstaand werk wordt beschreven onder nummer 9 in dit overzicht.

 

1.________________________________


Jo Simons-Van Hamersveld
portret, pastel, 58 x 42
gesigneerd, ca. 1914
privécollectie

Johanna Theodora Geertruida van Hamersveld (1884-1956) trouwde in 1909 met Philip Simons (1868-1940), een neef van Hendrika’s moeder Reina. Philip had een kantoorboekhandel in de Kalverstraat en later in de PC Hoofdstraat, waar het gezin ook woonde.

Philip had veel belangstelling voor beeldende kunst en vormgeving. In 1915 stichtte hij samen met de architect Theo Wijdeveld een fabriekje voor verantwoord speelgoed en kindermeubels (Olanda) die werden ontworpen door vooraanstaande Nederlandse kunstenaars en ontwerpers.

Voor haar huwelijk was Jo verpleegster. Zij was niet joods en tijdens de bezetting hielp ze samen met haar dochter Eka, veel joodse familieleden en kennissen. Daarvoor kregen zij beiden de Yad Vashem medaille. 

Jo, Philip en Eka, rond 1912.
Jo en Eka, rond 1913.

In 1911 werd Erika Grace Line (Eka) geboren, de oudste dochter van Philip en Jo. Trots op zijn knappe jonge vrouw en schattige dochtertje liet Philip talloze fotoportretten van Jo en Eka maken. In 1913/14 gaf Philip zijn achternicht Hendrika van Gelder opdracht tot het maken van drie portretten van de toen 29-jarige Jo en de driejarige Eka. Deze portretten zijn altijd in de familie gebleven.

 

 

2.______________________________


Eka Simons, drie jaar
portret, pastel, 23 x 20
gesigneerd, gedateerd 1914
privécollectie

 

3.____________________________


Eka Simons
portret, olie op doek, 30,5 x 41
gesigneerd
privécollectie

 

4.____________________________


Reintje van Gelder- Simons
portret, olie op paneel, 23,5 x 33
opschrift ‘Portretje van mijn moeder’
gesigneerd
privécollectie Amerika

Hendrika’s moeder, Reina – of Reintje – van Gelder-Simons (1840-1933), werd geboren in Den Haag als dochter van Levy (Louis) Davids Simons (cat. 6) en Sara Sarlouis. Zij trouwde in 1859 met Bram van Gelder (1837-1909), handelaar in zilver en goud. Het paar kreeg twaalf kinderen die allen de volwassen leeftijd bereikten.

Opschrift achterkant van het portret.

Drie van Reintjes zoons emigreerden naar Amerika. Een van hen kwam terug naar Nederland voor een bezoek en nam toen een aantal schilderijen van zijn zuster Hendrika mee terug, waaronder dit portret van zijn moeder. Het bevindt zich nu in Californië, nog steeds in de familie. Op de achterkant staat in Hendrika’s handschrift: ‘Portretje van mijn moeder’.

 

Tekening naar het portret uit 1927.

Een tekening naar dit portret is in Amsterdam gebleven (cat. 21). Het olieverfschilderij is niet gedateerd, maar de tekening wel: 1927. We mogen veronderstellen dat het schilderij ook van die datum is. Reina moet toen 87 zijn geweest.

Op een tentoonstelling van in 1917 van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken exposeerde Hendrika ook een portret van haar moeder, Reina was toen 77.  Dat portret staat in de catalogus vermeld, maar is tot nu toe niet teruggevonden.

Reina circa 19 jaar…
…en 33 jaar oud.

 

 

 

 

 

 

5.______________________


Portret van een meisje
tekening, zwart krijt, pastel, 11,2 x 7,3
gesigneerd
In Album Amicorum: ‘St. Lucas aan C.M. Garms’
Teylers Museum, Haarlem KT1442

Bijdrage aan een vriendenboek voor de schilder Coenraad Matthias Garms. Hij was van 1905 tot 1921 secretaris van Vereniging Sint Lucas. Mogelijk werd dit album hem aangeboden bij zijn afscheid. Het album bevindt zich in Teylers Museum te Haarlem. Hoe en wanneer het in het museum is terechtgekomen is niet bekend. Wie er op het portretje staat ook niet. De dochter van Garms was in 1921 al volwassen.

 

6.__________________________


Louis Simons
portret, tekening, zwart krijt
gesigneerd, gedateerd 1898
privécollectie, Jeruzalem

Louis Simons

Levy Davids (Louis) Simons (1817-1898), koopman en Parnas (joodse kerkvoogd), was Hendrika’s  grootvader van moeders kant. Hij trouwde in 1839 met Sara Sarluis (1815-1855). Zij kregen negen kinderen, van wie er slechts drie de volwassen leeftijd bereikten. Hun oudste dochter Reina was Hendrika’s moeder.

Na de dood van Sara trouwde Louis met Carolina Duparc (1824-1890). Zij kregen drie kinderen, die allen volwassen werden. Louis Simons stierf op 81-jarige leeftijd in 1898, het jaar waarin Hendrika het portret maakte. Het kwam in bezit van een andere kleindochter van Louis, Caroline Duparc-Simons. Het is in de familie gebleven en bevindt zich nu in Jeruzalem.

 

 

7.________________________


Clarence Hartogensis
portret, tekening, krijt op papier
opschrift ‘Clarence Hartogensis voelt zich niet zo lekker’.

niet gesigneerd, gedateerd 20/7/1923
privécollectie

Clarence Hartogensis-Simons (1859-1943) was een halfzuster van Hendrika’s moeder Reintje (dochter van Louis Simons uit zijn tweede huwelijk met Carolina Duparc). Zij was regentes van een (Joods) weeshuis. Deze tekening is niet gesigneerd, maar stijl en handschrift zijn van Hendrika.

 

Clarence Hartogensis met baby Elly (Petronella Clarence) Duparc (1940)

Clarence Hartogensis was zeer bevriend met het echtpaar Simons-Van Raalte, bij wie Hendrika ook graag kwam. Misschien hebben ze elkaar daar ontmoet. De jurist David Simons was een achterneef van Hendrika en een oudere broer van Philip, voor wie Hendrika drie portretten maakte. Zij wilde ook David graag schilderen, maar hij hield dat steeds af, zeggende: ”Dat mag je doen als je het lelijke mooi kunt maken”. Wel kocht hij een stilleven van haar, dat hij ‘een echte Van Gelder’ noemde.

 

 

 

8.___________________________________________


Stilleven met oriëntaalse voorwerpen
Olie op doek, 76 x 58
Linksonder gesigneerd, gedateerd 1919
Verblijfplaats onbekend

Dit stilleven vertoont veel overeenkomst met ‘Symbolen van het Joodsche Geloof’ uit 1942 (cat.9): ca. tien objecten met eenzelfde thema (oriëntalisme, jodendom), gerangschikt tegen een achtergrond van draperieën. Het is gedateerd 1919, dus 24 jaar eerder gemaakt dan het stilleven met joodse voorwerpen.

De blauw-met-witte vaas staat ook afgebeeld op een schilderij van Hendrika’s atelier.(cat.19)
Het werd in 2007 via de Amerikaanse veilingsite ‘Clars’ verkocht. De lijst lijkt erg op die om het portret van Jo Simons uit 1914 (cat.1).

 

9.___________________________________________


Stilleven met Symbolen van het Joodse Geloof
olie op schilderkarton, 75,5 x 66
gesigneerd, gedateerd 1942
Joods Historisch Museum Amsterdam nr. 595NO88

Tafel met daarop gedrapeerd een gebedskleed. Op de tafel staan allerlei joodse voorwerpen: een chanoekia, havdalakaars, een estherrol, een kiddoesjglas, een karaf wijn, een besamiembus, een gebedenboek, een etrog en een schaal met matzes.

In 1942 organiseerde de Van Leerstichting een verkooptentoonstelling tot steun van joodse kunstenaars. Zij mochten vanwege hun afkomst geen lid meer zijn van kunstenaarsverenigingen en waren daarmee uitgesloten van het kunstbedrijf. De werken werden door de Van Leerstichting gekocht en waren bestemd voor Joodse instellingen. Hendrika van Gelder leverde het stilleven Symbolen van het Joodsche Geloof. Dit werd door de Van Leerstichting aangekocht voor De Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge (Heinzestraat-Jacob Obrechtplein).

Mogelijk maakte Hendrika een tweede schilderij naar dit model, in opdracht van Isaac Busnach, de pachter van het Joods café in de Hollandsche Schouwburg. Dit gebouw was hét uitgaanscentrum voor joden, die nergens anders meer mochten komen. Er werd zelf getrouwd in een zijkamertje naast het café, mogelijk kreeg dit symbolische schilderij daarom een prominente plaats.

Toen de Joodse Schouwburg een verzamelplaats werd voor joden die naar Westerbork werden gestuurd, moest alle kunst weg. Isaac Busnach nam zijn schilderij mee naar huis. Hij overleefde de oorlog en het schilderij is altijd in de familie gebleven, totdat het in 2003 werd verworven door Joods Historisch Museum.

Begin april 1943 kwam de maakster van het schilderij zelf in de Joodse Schouwburg terecht, op 9 april werd ze naar Westerbork gestuurd en op 4 mei ging ze op transport naar Sobibor. Daar werd ze op 7 mei, haar 73ste verjaardag, vermoord.

Of er oorspronkelijk twee schilderijen waren met hetzelfde onderwerp, of dat het ingezonden schilderij werd doorverkocht aan Busnach en niet in de synagoge kwam te hangen, is niet bekend. Het reglement van de steunactie bepaalde dat als een werk uit deze tentoonstelling werd verkocht, de kunstenaar verplicht was het te vervangen door een gelijkwaardig werk.

In de notulen van de vergadering over deze steunactie staat dat Hendrika van Gelder toestemming vroeg om nog een schilderij te mogen maken naar dit model in verband met een opdracht. In dezelfde notulen wordt vermeld dat het stilleven bestemd was voor de ‘Israëlitische Hoofdsynagoge’. Arch.16

 

10.___________________________________


Chrysanten
bloemstilleven
olieverf op karton, 56 x 37
gesigneerd
privécollectie

In de catalogus van de groepstentoonstelling van Vereeniging Sint Lucas in 1911 staat als nr. 178 een bloemstilleven met chrysanten aangeboden (olie, 70 gulden). Chrysanten waren een geliefd onderwerp aan het begin van de  twintigste eeuw, ook Mondriaan schilderde ze graag.

Gezien de losse krachtige stijl zijn de hierboven in de oorspronkelijke lijst afgebeelde chrysanten waarschijnlijk van latere datum. Dit schilderij werd rechtstreeks van de kunstenares gekocht door het bevriende echtpaar Stemmerik. Zij woonden in Roelof Hartstraat.

Twee ansichtkaarten die Hendrika van Gelder uit Menton aan dit echtpaar stuurde zijn bewaard gebleven. Uit de tekst blijkt dat zij goed bevriend waren en op de hoogte van elkaars familie omstandigheden (arch.9-10). Of de kaarten in hetzelfde jaar werden verstuurd, is niet zeker. In ieder geval is van één het poststempel 1928.

Na het overlijden van Stemmerik ging het schilderij naar een neef van hem, A. Prakken. Het wisselde daarna nog een keer van eigenaar en werd in 2012 geveild. (Veilinghuis Spengen, cat. 740, Hilversum). De huidige eigenaar liet het opnieuw inlijsten.

 

11. _____________________________

Mand met strikken
Bloemstilleven
olie op hout, 18 x 13
gesigneerd, gedateerd ’40 (?)
privécollectie Nederland

Net als bij het bloemstilleven met chrysanten (cat.10) is deze mand met bloemen met zwier geschilderd, de bloemen dansen de mand uit. De zware houten lijst vertoont overeenkomsten met die om het boslandschap hieronder.

 

12. __________________________________

Boslandschap
olie op paneel, 31 x 23
gesigneerd
privécollectie

Het enige bekende noordelijke landschap van Hendrika van Gelder, misschien het Gooi, waar Hendrika met haar ouders vakantie hield in 1908. Dit bosgezicht werd in 2018 aangeboden op internet door een Duitse kunsthandelaar. Volgens de tekst op de verkoopsite maken de stippeltjes op de lijst deel uit van het kunstwerk: ‘Die Pünktchen auf dem Rahmen sind kein Staub oder Schmutz, sondern Bestandteil der Farbe (künstlerische Fassung)’.

 

13.___________________________


Interieur met boerenmeisje
olie op hout 30.5 x 23.
Gesigneerd, gedateerd 1919
privécollectie Amerika

Dit schilderij uit 1919 is het enige binnenhuisje dat we kennen van Hendrika van Gelder. Wel is er nog een portret van haar zuster Estella in een kamer gesitueerd, maar dit is duidelijk een interieur van het genre dat als boerenbinnenhuisje bedoeld is. Het bevindt zich in Californië in de collectie van nakomelingen van Hendrika’s oudste broer Emanuel, die in de jaren negentig van de negentiende eeuw naar Amerika emigreerde.

Larense klederdracht

Een binnenhuisje met meisje in klederdracht was als ‘typisch Nederlands tafereel’ een geliefd genre in Amerika, hoewel de grote rage van (vooral) Larense binnenhuisjes in 1919 al voorbij was. De dracht van de jonge vrouw zou thuis kunnen horen in Laren: een bloedkralen ketting en ‘vierkanten’ muts met omgeslagen punten werden in Laren en de rest van het Gooi gedragen.

 

Misschien nam Emanuel het werk mee om het te verkopen voor zijn zuster? Heeft hij zelfs meerdere schilderijen voor haar verkocht? Het is speculatie. Wellicht deed het Nederlandse tafereel hem zelf genoegen in den vreemde.

 

14. _______________________________________


vaas met anemonen

Bovenstaand paneeltje (cat.14) en de andere bloemstillevens en landschappen (cat.15 t/m 18), die zich in dezelfde collectie bevinden als het Interieur (cat.13) en het portret van Hendrika’s moeder (cat.6), zijn mogelijk studies of eerste opzetjes. Het zijn kleine paneeltjes van 13 bij 18 centimeter, geschilderd op een soort triplex.

De paneeltjes hebben hetzelfde formaat als de catalogusnummers 39 t/m 43 met Zuid-Europese landschappen en zijn net zoals deze landschappen, niet ingelijst en niet gevernist. De werken zijn duidelijk niet bedoeld om te exposeren, mogelijk gaf Hendrika ze weg aan familieleden nadat ze ze had gebruikt als voorbeeld, of studie.

Opvallend bij de nrs. 14 t/m 18 is de afwijkende signatuur: ‘H. van Gelder’ achter elkaar, in plaats van de gebruikelijke signatuur ‘Hendrika van Gelder’ verdeeld over drie regels.

 

19. ___________________________________

Atelier van de kunstenaar
olie op paneel, 53,5 x 73,5
gesigneerd, onleesbaar gedateerd
Privécollectie Nederland

Detail van ‘Het atelier’.

Dit is het interieur van Hendrika’s atelier in het ouderlijk huis in de Nicolaas Maesstraat. De journalist Joseph Gompers ging hier in 1925 op bezoek om een reportage te maken voor het Joodse weekblad De Vrijdagavond, getiteld ‘Hendrika van Gelder, Joodsch Schilders’. Hij fotografeerde en beschreef enkele werken die toen in het atelier aanwezig waren, waaronder haar zelfportret en een groepsportret van een kaartspelend gezelschap. (R4)

Op dit schilderij is er een dergelijk schilderij afgebeeld, maar is iets anders dan het door Gompers beschreven schilderij. Mogelijk maakte ze meerdere ‘kaartspelers’ of ze paste de scène aan voor het effect.

 

 

 

 

 

Op de ezel een stilleven (het oorspronkelijke schilderij heb ik niet teruggevonden) en aan de muur een portret van een donkere vrouw met een ‘jarentwintigkapsel’ dat er ook niet meer is. Op de schoorsteen twee objecten die zij later afbeeldde op stillevens: een Chinese vaas (cat.9) en een blauwe fles (cat.26).

 

Op de voorgrond een portret van een oude dame, vermoedelijk Hendrika’s moeder Reintje van Gelder-Simons. Er zijn nog twee portretten van Reintje bekend: een bevindt zich in Amerika, en in Amsterdam is een tekening naar dit portret uit 1927.

In 1917 exposeerde zij ook een portret van haar moeder bij De Onafhankelijken. Daarvan bestaat alleen een vermelding in de catalogus van de tentoonstelling.

 

20._________________________________

Estella Wolf-Van Gelder
Zuster van de kunstenaar
pastel op papier, 49 x 40
gesigneerd, gedateerd 1923 of 1928
Privécollectie Nederland

Dit is een van de weinige portretten waarbij de geportretteerde ‘ten voeten uit’ is afgebeeld. Dit is Hendrika’s jongste zuster Estella (1873-1956) aan een handwerkje in haar eigen huiskamer. Aan de muur een zeegezicht met ondergaande zon. Misschien een werk schilderij van Hendrika van Gelder zelf, die op haar reizen naar Zuid Frankrijk de Middellandse zee veelvuldig afbeeldde. De datering is jaren twintig, aan de kleren van Estella te zien waren de roaring twenties nog niet begonnen, dus het moet vrij vroeg zijn geweest.
Estella trouwde in 1904 met de juwelier Simon Wolf met wie ze vijf kinderen kreeg. Het gezin woonde boven de juwelierszaak in de Kalverstraat. Deze zaak had Simon overgenomen van zijn vader Louis Izak Wolf. Later opende hij een filiaal in Londen dat afwisselend beheerd werd door zijn twee zonen en verhuisde het echtpaar naar de Beethovenstraat. Het hele gezin overleefde de oorlog.

Estella is de baby in de armen van moeder Reintje op de gezinsfoto uit 1873 (arch.2) Zij was het negende kind van Bram en Reintje van Gelder.


Estella op latere leeftijd.

 

21.___________________________

Reina van Gelder-Simons
Moeder van de kunstenaar
kleurpotlood op papier, 23 x 17
gesigneerd, gedateerd 1927
Privécollectie Nederland

Deze tekening naar het olieverfportret van Hendrika’s moeder (zie nr. 4 in deze catalogus) werd in 1927 gemaakt. Vermoedelijk omdat het schilderij in olieverf meeging naar Amerika met een van de Hendrika’s broers, die al voor 1900 naar Amerika emigreerden. Dit is waarschijnlijk Emanuel geweest want het schilderij bevindt zich nog bij een van zijn nakomelingen in California.

 

22. ___________________________________

Abraham van Gelder
Neef van de kunstenaar
pastel op papier, 54 x 35

gesigneerd, ongedateerd
inzending groepstentoonstelling 1938
Privécollectie Nederland

Hendrika stuurde dit portret in 1938 naar de groepstentoonstelling van ‘De Onafhankelijken’. Achterop de pastel zat nog het inzendingsbiljet. De geportretteerde was haar lievelingsneef, Abraham van Gelder. Hij moet toen een jaar of vijfendertig zijn geweest.

Abraham (1903-1985) was de enige zoon van Hendrika’s jongste broer David van Gelder en Adriana Wiekhart. Abraham was boekhouder en trouwde met Roza Markus (1906-1990). Zijn dochter Rolien heeft ‘tante Riek’ nog goed gekend en wist nog veel over haar te vertellen. Zie ‘Herinneringen aan tante Riek‘.      

Abraham was een goed fotograaf en elke week trok hij erop uit om foto’s te maken. Deze gaf hij ook wel aan zijn tante om na te schilderen. Hij was ook bijzonder handig en kon goed knutselen.


Rolien, Mary, Yoke van Gelder 1943, kleindochters van broer David

Abraham en Roza hadden vier dochters, waarvan drie voor de oorlog geboren werden. Hendrika, tante Riek voor hen, had in de jaren dertig veel contact met dit gezin. Zij heeft alle drie de meisjes geportretteerd, maar geen van die portretten zijn bewaard gebleven. In de oorlog is het hele gezin ondergedoken, allemaal apart van elkaar. Zij hebben allen de oorlog overleefd. Na de oorlog werd nog een dochter geboren.

Abraham ca. 6 jaar met één van zijn vier zusjes. Abraham als jonge man

 

23. ___________________________

Regina Estella Biedermann (Gina), 6 jaar
Achternichtje van de kunstenaar
pastel op papier, 39 x 29
gesigneerd, gedateerd 1943
Privécollectie Nederland

Gina Biederman was een kleindochter van Hendrika’s jongste zuster Estella (zie nr.20 in deze catalogus) een achternichtje van de kunstenaar, net als de dochters van Abraham.
Dit portret heeft de oorlog wel overleefd en is nog steeds in bezit van de geportretteerde.
Het gezin van Estella’s dochter Sara woonde net als dat van Abraham vlak bij hun tante in de Rivierenbuurt. Om geportretteerd te worden kwam Gina naar het atelier, dan hoefde ze maar twee straten te lopen. Sara’s zuster Renée was getrouwd met een niet-joodse man, die vanwege zijn connecties met de Duitsers een Sperre voor het gezin van Sara en zijn schoonouders verzorgde.
In het laatste jaar van de oorlog werd Gina met haar ouders, Sara en Sam Biedermann, haar tante Helena en haar grootouders Estella en Simon Wolf toch gedeporteerd naar Theresiënstadt. Haar vader Sam Biedermann beschermde zijn dochter tegen de verschrikkingen door het verblijf in het kamp voor te stellen als één groot avontuur. De hele familie overleefde, maar opa Simon bezweek een paar maanden na de bevrijding aan de ontberingen die hij had moeten ondergaan.

Voordat zij zelf gedeporteerd werden, hebben leden van de familie Biedermann geprobeerd om Hendrika van Gelder uit kamp Westerbork te bevrijden, met als argument dat zij binnenkort op de lijst Frederiks zou komen vanwege haar status als kunstenares. Dat is niet gelukt. https://reneesimons.nl/hendrika-van-gelder-biografie-2/

 

24. ____________________________________

Zelfportret (?)
olie op paneel 13,5 x 10
gesigneerd, gedateerd 1929
Privécollectie Nederland                                      

Dit kleine olieverfschilderij is vrijwel zeker een zelfportret. Het is niet als zodanig gedocumenteerd, maar de overeenkomsten met het wel gedocumenteerde zelfportret in pastel (Reproductie 1) zijn overduidelijk: de stand van de ogen en wenkbrauwen, een wenkbrauw wat hoger en hoekiger dan de andere, de halslijn en schouderpartij. Zelfs de kleding – een lage pas met een lichtgekleurd schouderstuk en hoge kraag – is van dezelfde snit. Het zelfportret in pastelkrijt bevond zich in Hendrika’s atelier toen de journalist Gompers daar op bezoek kwam in 1925.


R1 zelfportret in pastel 

Het zelfportret is niet gedateerd, maar is waarschijnlijk gemaakt in 1918 toen er bij de groepstentoonstelling van kunstenaarsvereniging St. Lucas een aparte afdeling ‘zelfportretten’ was.
Er zit ca. tien jaar tussen de twee zelfportretten. Het schilderijtje is gedateerd mei 1929 toen de kunstenares bijna of net 59 was. Dat zij nog zwart haar heeft – wel met wat grijze lokken – is niet zo vreemd aangezien ze op een foto uit 1935, als zij vijfenzestig is, ook nog niet grijs is. Op het schilderijtje zijn de ogen blauw, wat op een Van Gelder zou kunnen wijzen, Hendrika’s moeder, Reintje had helblauwe ogen (zie nr. 6) Ook veel nakomelingen hebben blauwe ogen, dus waarom Hendrika niet?


Uitsnede groepsfoto 1935 

In 1929 was er een tentoonstelling van portretten en zelfportretten bij kunstenaarsvereniging St. Lucas. Hendrika exposeerde toen twee portretten van collega kunstenaressen, maar geen zelfportret. Toch heeft ze er toen wel een gemaakt. Mogelijk was het commercieel aantrekkelijker om de portretten van anderen te exposeren, of was het zelfportretje te klein van formaat (13,5×10) om ermee voor de dag te komen? 

 

25. ______________________________

Portret van een boerin
olie op paneel, 38,5 x 28,5
ongesigneerd, ongedateerd
Privécollectie Nederland

Een van de weinige ingelijste olieverf schilderijen die bewaard is gebleven. Het is waarschijnlijk een boerin uit Laren, de ‘vierkanten’ muts met omgeslagen punten werden in Laren en de rest van het Gooi gedragen. (zie ook nr. 13) In Laren en Blaricum woonden en werkten veel kunstenaars. In Laren was ook de bekende kunsthandel van Nico Van Harpen gevestigd. Hendrika van Gelder heeft in ieder geval één keer bij Van Harpen geëxposeerd. Een van de vragenlijsten in haar eigen handschrift die bewaard is vulde zij in op verzoek van Van Harpen. Dat was wellicht 1917 in de tijd dat zij bij Van Harpen exposeerde.

 

26. _______________________________________________________

Stilleven met blauwe vaas
pastelkrijt op papier, 72 x 42,5
gesigneerd
Privécollectie Nederland

Geëxposeerd in de najaarstentoonstelling van ‘De Onafhankelijken’ in 1938. Voor deze groepsexpositie stuurde zij ook nr.22 in, het portret van haar neef Abraham.

Deze pastel is een van de weinige grote formaten die bewaard is gebleven. Het is een groot en vol stilleven met een keur aan verschillende objecten, die allen om een andere weergave vragen: glas, schelp, fruit, tin. Het zwart-met-groene object achter het bord is met fruit is tot nu toe niet geïdentificeerd. 

 De blauwe fles, of vaas, zoals Hendrika het op het (bijna onleesbare) inzendingsbiljet noemde is mogelijk dezelfde als die ze afbeeldde op het schilderij van haar atelier. De bloedkoralen ketting op de voorgrond zien we ook op het stilleven met oriëntaalse objecten.

    Inzendingsbiljet najaarstentoonstelling 1938                                                          

                                                                        ‘Blauwe vaas’ detail Atelier                 ‘Stilleven met Oriëntaalse objecten’

Deze pastel maakte deel uit van de tentoonstelling ‘In Memoriam’ in Arti onder de titel Stilleven met Blauwe Flesch. Op deze tentoonstelling in 1947 werd werk getoond van in de oorlog vermoorde en omgekomen leden. (zie: een onverwacht gevolg) Het stilleven werd, samen met twee landschappen (nr.37 en 38)  ingebracht door de heer S.B. dit was Salomon Biedermann, een aangetrouwde neef van Hendrika, die heeft geprobeerd haar uit Westerbork te krijgen.
Biedermann en zijn gezin overleefden de oorlog. De werken zijn nog steeds in bezit van de familie en zullen in september 2022 te zien zijn in de kunstzalen van Arti et Amicitiae aan het Rokin in het kader van het project ‘Te laat’. (zie: arch. 21)

27. ________________________________________

Bloemstilleven met rozen
olie op paneel,
Privécollectie Nederland

 


Reproducties

_____________________


R1
Hendrika van Gelder
Zelfportret
Pasteltekening
Gesigneerd
Reproductie uit ‘De Vrijdagavond’ 1925

Dit zelfportret bevond zich in Hendrika’s atelier toen de journalist Gompers daar op bezoek kwam in 1925. Hij noemt Hendrika een begaafd portrettiste en roemt de stofuitdrukking en het frisse, sprekende coloriet.

Het origineel is onbekend, maar uit haar nog bestaande portretten kunnen we afleiden dat zij inderdaad een verfijnd kleurgevoel had en vooral in pastel opmerkelijke resultaten behaalde (cat.1). Zelfs op deze zwart-witfoto van bijna honderd jaar geleden blijft dit zelfportret een krachtige tekening van een markant gezicht met een mild humoristische gezichtsuitdrukking.

Uitsnede groepsfoto.
Zelfportret in pastel.

 

Behalve een uitsnede van een groepsfoto uit 1935 – Hendrika was toen 65 – zijn er geen beelden van Hendrika van Gelder bekend. Tenzij het kleine portretje met groenblauwe achtergrond een zelfportret is. Het is gedateerd 1929 toen de kunstenares 59 was.


Het zelfportret in pastelkrijt is niet gedateerd, maar moet gemaakt zijn voor 1925. Afgaande op de gezichtsuitdrukking, de vorm van ogen en wenkbrauwen, halslijn en schouderpartij, zou het om dezelfde persoon kunnen gaan.

Er zit minimaal vier jaar tussen de twee portretten, misschien meer. De foto is van 1935, zes jaar later dan het olieverfportretje, waarop het haar nog overwegend donker is, maar ook op haar vijfenzestigste is lijkt Hendrika nog niet erg grijs.

Op het kleine geschilderde portret zijn sommige lokken trouwens een beetje grijs en de ogen blauw. Hendrika’s moeder had blauwe ogen, ook een aantal van haar nakomelingen hebben blauwe ogen, dus waarom Hendrika niet?

 

_______________________


R2
P. van Son
Portret
Olie op doek
Gesigneerd
Reproductie in De Vrijdagavond 1925
Bijschrift: ‘In bezit van I. van Esso’

Philip van Son (1850-1935) was Hendrika’s zwager. Haar oudste zuster Sara (1862-1919) trouwde in 1884 met de twaalf jaar oudere inktfabrikant. Zijn portret bevond zich nog in het atelier in oktober 1925, toen de journalist Joseph Gompers bij Hendrika op bezoek was. Waarschijnlijk werd Van Son geportretteerd ter ere van zijn 75ste verjaardag op 19 december 1925.

Gompers bespreekt het in zijn artikel in De Vrijdagavond, vandaar dat we het in reproductie hebben, het origineel is verloren gegaan. Gompers vindt het goed van gelijkenis. Hij is zeer ingenomen met de ‘geestige kop’ en de prachtige weergave van de ogen, minder met de uitvoering van de linkerbenedenhoek. Het is moeilijk te zien op de reproductie. Dat het goed lijkt, kunnen we zien aan een foto uit dezelfde tijd.

Hetzelfde schilderij werd in 1930 nogmaals afgebeeld in De Vrijdagavond ter ere van de 80ste verjaardag van de oud-industrieel. Het schilderij is dan in bezit van de arts Izaak van Esso, de echtgenoot van Van Sons dochter Louise.

 

 

______________________________


R3
Bestje
Portret, materiaal en maten onbekend
Gesigneerd
Reproductie in 1918 in De Wiekslag,
orgaan van De Onafhankelijken

Portret van een onbekende oude vrouw, ‘Bestje.’ Afbeelding in De Wiekslag, maandblad van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken, mei 1918, eerste jaargang. In dit maandblad is ook de catalogus opgenomen van een verkooptentoonstelling waaraan Hendrika meedeed met drie werken: twee bloemstukken en een stilleven (voor 150, 100 en 125 gulden).

Wie deze Bestje was, is onbekend. Misschien is het zomaar een ‘oude-vrouwenportret’ zoals Hendrika’s collega en leermeesteres Henriëtte Asscher veel maakte in tehuizen voor ‘oude lieden’. 

 

 

Henriëtte Asscher,
Portret van een oude vrouw

 

 

______________________________


R4
Aan den Vijfhoek
Kaartspelend gezelschap
olieverf op doek, maten onbekend
Opschrift rechterbovenhoek: ‘Schets Hendrika van Gelder’.
Reproductie uit De Vrijdagavond (1925)

Zonder twijfel is dit een groepsportret, alleen is niet bekend wie de kaartspelers zijn. De omgeving is niet huiselijk, het zou een tafereel uit een club of sociëteit kunnen zijn. De titel is een raadsel, ik ken geen kaartspel met vijf spelers.

Volgens het opschrift is het een schets; of die ooit is uitgewerkt tot een volwaardig schilderij weten we niet. Het werk bevond zich nog in het atelier tijdens het bezoek van journalist Joseph Gompers. Hij prees de gezellige stemming die het tafereel uitstraalt.  

Op het schilderij van haar atelier (cat.19) heeft Hendrika eenzelfde scène afgebeeld boven de schoorsteen. Een achternichtje dat vaak in haar atelier kwam noemde nog een ander (groot) schilderij met kaartspelers waar Hendrika zichzelf op de rug zou hebben afgebeeld. Volgens haar stond hier ook een ober op die een verfrissing kwam brengen.

 

______________________________________


R5
Gezicht op Nervi
Aquarel
Gesigneerd
Reproductie uit De Vrijdagavond (1925)

Ook dit gezicht op Nervi danken we aan het artikel van Joseph Gompers in De Vrijdagavond. Deze aquarel is een goed voorbeeld van Hendrika’s kundigheid als landschapsschilder, aldus Gompers. Hij roemt het wegvloeiende perspectief en de afwisseling van lichte en donkere partijen: warm en zonnig de huizen op de voorgrond, donker en koel de bospartijen daarachter, de verte weer licht en zonnig.

Nervi is een badplaats, voorheen vissersdorp, aan de Italiaanse Riviera iets ten zuiden van Genua. Eveneens in 1925 exposeerde Hendrika tekeningen van Menton aan de Franse kust, zowel bij de Vereeniging Sint Lucas in het Stedelijk Museum, als in Arti. Menton ligt dicht bij Italië, het is niet onwaarschijnlijk dat Hendrika in de eerste helft van de jaren twintig een kunstreis maakte langs de Riviera, waarbij zij zowel Italië als Franrijk aandeed.

Gompers kende de tekeningen van Menton: hij prijst er een aan als ‘een fijn, sensitief tekeningetje’. Hendrika gebruikte hiervoor kleurpotloden in plaats van pastel, waarmee ze een ‘zeer eigenaardig effect’ wist te creëren. Er is een tekening in kleurpotlood bewaard gebleven (cat. 38). Het is niet duidelijk of Gompers deze zag of een ander.

 

_______________________________________


R6
Kustgezicht
aquarel
gesigneerd
Reproductie RKD

Vooralsnog is geen nadere informatie bekend over Kustgezicht. Ook is niet duidelijk waarin deze foto van het aquarel werd gepubliceerd. Het is een gezicht op Menton, datum onbekend. Hendrika van Gelder ging bijna jaarlijks naar Menton. Er is relatief veel van haar werk uit het zuiden overgebleven. Dit moet al dateren van vóór 1925, aangezien Joseph Gompers in zijn artikel uit dat jaar haar werk uit Menton noemt.

Ze was er ook in 1927, aangezien ze in dat jaar een pasteltekening maakte van het nabij gelegen Monaco (cat.37) In 1928 stuurde ze een ansichtkaart aan vrienden (arch.9-10) die het bloemstilleven Chrysanten met eikenblad (cat.10) van haar in bezit hadden.