Hendrika van Gelder

Archief

Na de oorlog was er weinig meer bekend over het leven van Hendrika van Gelder. Dat wat ik heb kunnen achterhalen aan foto’s en documenten heb ik hieronder opgeslagen, de mij bekende feiten op een rijtje gezet. Aanvullingen zijn welkom!


Hendrika van Gelder (Amsterdam 7 mei 1870- Sobibor 7 mei 1943)


Ouders:

Vader: Abraham Michael Emanuel van Gelder (Schoonhoven 1837- Amsterdam 1909)
Moeder: Reintje Simons, (Den Haag 1840 – Amsterdam 1933).


Gezin:

Sara van Gelder (Amsterdam 1862 – Amsterdam 1919)

Emanuel van Gelder (Amsterdam 1864 – Amerika 1935)

Louis van Gelder (Amsterdam 1865 – Sobibor 1943)

Herman van Gelder (Amsterdam 1867- Frankfort 1925)

Marianne van Gelder (Amsterdam 1868 – Den Haag 1941)

Hendrika van Gelder (Amsterdam – Sobibor)

Karel van Gelder (Amsterdam 1871 – New York 1898)

Arend van Gelder (Amsterdam 1872 – ? Chicago)

Estella van Gelder (Amsterdam 1873 – Amsterdam 1956)

Lion van Gelder (Amsterdam 1875 – Mauthausen 1943)

Barend van Gelder (Amsterdam 1876 – Auschwitz 1942)

David van Gelder 1878 – Amsterdam 1924)

Hendrika van Gelder bleef ongehuwd; haar zusters trouwden met Philip van Son (Sara); Mozes Fortuin (Marianne) en Louis Izak Wolf (Estella)

Zes broers trouwden en stichtten een gezin; van Arend en Karel is het niet bekend of ze zijn getrouwd.

Drie oudere broers emigreerden al voor 1900 naar Amerika.

Naast Hendrika werden ook drie broers gedeporteerd en vermoord.


Adressen:

Tot 1908 Oudezijds Voorburgwal 159 in Amsterdam.
1908 – Nicolaas Maesstraat 30 in Amsterdam Zuid.
1909 –  Nicolaas Maesstraat 721934
1934 – 1943 Zomerdijkstraat 18 III


Opleiding:

1890 / 1893 diploma ‘Nuttige Handwerken. (Het Vaderland, 8-3-1890;

Het Nieuws van den Dag, 2-3-1893). NB. Het is niet zeker of de H. van Gelder uit deze advertenties de kunstenares Hendrika van Gelder betreft.

Schilderles Henriëtte Asscher, rond 1895?

Ca. 1897 Dagteekenschool voor meisjes

1900 (13-11) L.O. akte Tekenen

1902 boetseerlessen Rien Hack

1903/1904 schilderles van Eduard Frankfort

1905 lid van Amsterdams kunstenaarsgenootschap Sint Lukas

1909 Lid van Arti et Amicitiae

1915 Lid van De Onafhankelijken

 

Archief: foto’s en documenten


1859
Arch.1 – Hendrika’s ouders, Bram en Reina van Gelder ca. 1859

 


1873
Arch.2 – Het gezin van Gelder in 1873 – het negende kind Estella is net geboren. Reina is dan 32; Hendrika (Riekie) is de peuter links voor op de grond 


1900
Arch.3 – Krantenbericht Diploma L.O. tekenen

 

1918
Arch.4 –
In 1918 schenkt Hendrika van Gelder het schilderij Papavers aan een verloting ten bate van het Joodsch Nationaal Fonds om land in Palestina te kunnen kopen.

 

Documenten uit het archief van de schilder Martin Monnickendam – met dank aan Ruud van Helden
(Hendrika van Gelder exposeerde 63 keer samen met Monnickendam in Arti)

1908
Arch.5
(Mon.734.06) Gelukwens van Hendrika van Gelder aan Alice van Monnickendam naar aanleiding van de geboorte van hun dochter H. van Gelder 1908. Geschreven vanuit Hilversum waar Hendrika op vakantie is met haar ouders, Haar vader is dan al ziek, hij zal het jaar daarop overlijden. Zij zijn inmiddels verhuisd van de O.Z.Voorburgwal naar een benedenhuis in de Nicolaas Maesstraat (nr. 30).


1909

Arch.6 – (Mon. 364.04) Briefkaart van Hendrika van Gelder aan Monnickendam van 19 juli 1909 – Gelukwens met zijn onderscheiding in 1909 (München) :


 

1920

Arch.7 – (545 Mon.) Oproep tot een Buitengewone Algemene Vergadering van de Vereeniging “St. Lucas” te houden op maandag 21 juni 1920 nalv der door den Heer M. Monnickendam ingezonden: Motie
Ondergeteekenden, afkeerig van de avontuurlijke politiek door den Voorzitter van de Vereeniging “St.Lucas” gevolgd inzake het toetreden tot en het uittreden uit het Verbond van Nederlandsche Kunstenaars-Vereenigingen en de Fedratie voor Nederlandsche Kunstenaars-vereenigingen, met een nieuwe onzekere Coalitie in het vooruitzicht, overtuigd dat “St. Lucas” een speelbal is in handen van den Voorzitter, bevreesd dat hierdoor de Vereeniging te gronde gaan zal, spreken hun afkeuring uit in het beleid van den Voorzitter, en vragen een Buitengewone Algemeene Vergadering aan ter behandeling van bovenstaande motie.
Martin Monnickendam, Tjerk Bottema, B. Jordens, Harmen Meurs, B. Ferwerda, Germ. de Jong en M. Vreugde.
Ondersteund door de gewone leden: Jan Ponstijn, J. Haver Droeze, Leonard Dake, H. van Oosterzee, Nico de Laaf, Mej. Joh. Pieneman, Jan Jans, Mej. H. van Gelder, J. Nicolaas, Alex Booleman en P.W. van Walcheren.
C.M. Garms, Secretaris
Amsterdam, 14 juni 1920



 

1924

Arch.8 – Gelukstelegram tglv Monnickendams 50ste verjaardag, omstreeks 25 februari 1924.
(309.06 Mon.) Hendrika van Gelder en haar moede R. van Gelder-Simons.

 

1923 of 1928? (Poststempel is moeilijk te lezen, mogelijk 1923. Hendrika van Gelder is in ieder geval vóór 1925 in Menton geweest, aangezien Gompers haar gezichten op Menton in kleurpotlood in dat jaar twee keer noemt).
Arch.9 –
Ansichtkaart uit Menton aan de familie bevriende familie Stemmerik. Zij kochten het Bloemstilleven met Chrysanten (cat.10) wanneer is onbekend.   

 

1928

Arch.10 – Ansichtkaart uit Menton, ook aan de familie Stemmerik

 

1934 –  Receptie in Arti  (met dank aan Mikel Orphee)

Arch.11 – Receptie M. Monnickendam ter ere van zijn 60ste verjaardag (25 februari 1934)
FOTO-BUREAU LINDEMAN, Weteringschans 189, Amsterdam. Datum is: 24 februari 1934.

Arch.11a Misschien staat Hendrika van Gelder rechts achter de jarige Martin Monnickendam. De gelijkenis met het zelfportret is treffend. Maar dan moet het feest eerder zijn geweest dan het afdrukken van de foto op 24 februari. Op 23 februari schreef Hendrika van Gelder een felicitatiekaart uit Zuid Frankrijk aan Monnickendam.

 

1934

Arch.12 (136.18 Mon.) Ansichtkaart van Hendrika van Gelder uit Frankrijk aan Martin Monnickendam nav van zijn zestigste verjaardag

 

1917 of 1924?


Arch.13 –
Vragenlijst voor de kunsthandel Nico van Harpen (niet gedateerd).
Hendrika exposeerde in 1917 bij de Larense Kunsthandel van Van Harpen.

Van Harpen stuurde in 1924 vragenlijsten rond.  

Van Harpen p.2

 

1941

Arch.14 –  Vragenlijst Mak van Waay

 

 

1942

Arch 15 (Arch. Amsterdam, NIOD, toegangnr. 181a, inv.nr. 1)
Notulen van enkele bestuursvergaderingen van de Van Leer-Stichting (…) 1942-1943, p. 7 (verslag m.b.t. Steunactie Beeldende Kunstenaars).

 

 

1941

(Mon.1607) Claartje Wesselink, Kunstenaars van de Kultuurkamer Geschiedenis en Herinnering, Prometheus. Bert Bakker, Amsterdam 2014

Arch.16 – Hendrika van Gelder en 14 andere joodse kunstenaarsleden door Arti op last van de bezetter
Blz. 100:
…Vijftien joodse kunstenaars waren geroyeerd: Martin Monnickendam, Marinus van Raalte, Salomon Garf, Lopes de Lea Laguna, Charlotte Boom-Pothuis, Marianne Franken, Felix Hess, Maria Boas Zélander, Jo Spier, Mommie Schwarz, David Schulman, Hendrika van Gelder, Jaap Kaas, Max van Dam en Mozes Cohen.
…Uit het archief van schilder Martin Monnickendam, actief en gewaardeerd lid sinds 1897, weten we hoe het bestuur de anti-joodse maatregelen communiceerde. Secretaris Herbert van der Poll berichtte Monnickendam op 20 september 1941:
In de verordening over het optreden van Joden in het openbaar lezen wij in artikel 1.2.6 dat het deelnemen aan openbare artistieke vertooningen voor hen verboden is. Onze voorloopige aankondiging van de Najaarstentoonstelling was U reeds toegezonden voor de verordening, wilt deze dus als niet door U ontvangen beschouwen.
Twee dagen later schreef de secretaris op afstandelijke toon:
Waarde collega,
U zult, gezien de nieuwe verordening, begrijpen, dat wij  geen convovatie voor de vergadering van Stemhebbende Leden meer kunnen zenden. Waar deelneming Uwerzijds aan artistieke vertooningen verboden is, ontvangt U ook geen inzendings-biljetten van onze periodieke tentoonstellingen.
Namens het Bestuur zenden wij U onze collegiale groeten.


1946 – Drie van de vijftien geroyeerde leden overleefden de oorlog.
Blz. 241,242
Arti’s joodse leden
Van de vijftien in 1941 geroyeerde joodse leden overleefden alleen schilder David Schulman, tekenaar Jo Spier en beeldhouwer Jaap Kaas de oorlog. Martin Monnickendam bezweek begin 1943 aan een longontsteking in zijn Amsterdamse woning.
…Na de bevrijding stelde Arti enkele daden tegenover deze kunstenaars en hun nabestaanden. Tijdens de eerste vergadering in vrijheid werd stemhebbend lid Martin Monnickendam herdacht. Men had hem ten tijde van zijn overlijden ‘om veiligheidsredenen’ niet de gebruikelijke eer bewezen. Blijkbaar was men bang geweest berispt te worden vanwege het openlijk gedenken van een joodse vakgenoot. Bobeldijk en zijn medebestuurders waren wel naar Monnickendams begrafenis gegaan. Men besloot zijn naam bij te plaatsen op het grote gedenkbord in Arti’s monumentale trappenhuis.