Dromer

Ik ben een dromer en een denker en denk ergens anders aan. Aan wat? Aan wat? Wat zwarte kat! Waaraan? Waaraan? Misschien de maan misschien ook niet. gaat je niet aan want het land van mijn ziel is van mij alleen. Kiekeboe-oogjes-toe-zwarte-kat-halve maan Ik denk ergens anders aan.   [gallery size="medium" link="file" ids="5565"]

Lees verder

De zingende heks van de zee

Misschien ken je haar wel Met haar vinnige voeten En schubbige vel De zingende heks van de zee Haar hut is gebouwd van zanderig hout van zilt-zilver drijfhout uit zee als ze hongerig is dan vangt ze een vis een glanzende vis uit de zee ze bewaart alle graten naar soorten en maten en tooit er haar haren mee haar blauw-groene haren en die deinen als baren en slierten als wier uit de zee ze bespeelt ze als snaren die

Lees verder

Tuin

Ergens is een oude tuin daar rust de tijd wat uit; dus houd je adem in en wacht zoals de uil wacht op de nacht het visje wacht op water en de vervaagde nimf wacht altijd nog op Amor maar het kleine Cupidootje in z’n bemoste blootje is nooit gegroeid en wacht nog steeds op later.   [gallery size="medium" link="file" ids="5589"]

Lees verder

Drakodillentranen

Drakodillentranen Ik ben een druiloor snikt de drakodil ik weet niet of ik zwemmen of vliegen wil vogel noch vis, draak noch dil weet ik niet wat ik wil. Wenend sta ik aan de oever van de snelle vliet; vliegen of zwemmen? Ik weet het niet.   [gallery link="file" columns="4" size="medium" ids="5866"]

Lees verder

Joodse Huizen deel 6

Met de serie verhalenbundels Joodse Huizen, Verhalen over vooroorlogse bewoners wordt geprobeerd de geschiedenis levend te houden aan de hand van de adressen waar voor de oorlog Joodse gezinnen hebben gewoond. Aan elk van die huizen wordt ruim aandacht geschonken, in de vorm van een verhaal over de bewoners en hun leven voor de oorlog. Verhalen die vroeg of laat toch ook weer over de oorlog gaan. Joodse Huizen moet een steeds verder uitdijende reeks worden over het Joodse leven

Lees verder

Het wezen van de worst

'Een kunstenaar', knort Karel Peer, Het kunstvervende verken, 'doet goed zich te beperken tot zijn eigenste natuur'. Hij schept met varkenshaar penselen naar de smakelijke delen van zijn eens knorrende neven een onsterfelijk stilleven. Trots klopt hij zich op de borst. 'Ik vang het wezen van de worst! Wat geeft het of het mijn neef is: Ars longa, vita brevis!' [gallery size="medium" link="file" ids="5593"] Dit gedicht is gepubliceerd in Magazine van Sociëteit De Kring, nr. 4, juli-augustus 2017, p. 24

Lees verder

Ik roep mijn grote broer

Illustraties in: K.M. Peyton Ik roep m’n grote broer Uitgeverij Jenny de Jonge, 1992   Denny Kikkert is klein voor zijn leeftijd en iedereen noemt hem daarom kikkervisje. Alleen Wijnand Hoogendoorn noemt hem kikkerbil. Wijnand is groot, speelt mee in het voetbalelftal, en pest Denny. Denny zou het niet erg vinden om klein te zijn als er maar geen Wijnand Hogedoorns bestonden. Wijnand verpest alles… tot Denny zijn grote broer krijgt. Maar wie of wat is Grote Broer?   [gallery

Lees verder

Windekind

Bomen ruisen, takken buigen ik voel het vele waaien in mijn haar en klem de wind tussen mijn vogelpootjes wat een warboel van blad tak, haar en huis laat het vele waaien ook mij maar overkomen ik reil en zeil en dwarrel al niets laat ik meer tot ijkpunt slaan mijn wil waait uit nooit wil ik meer naar binnen gaan.

Lees verder